|
|
|
INTRODUCTIE
WIJ WILLEN IN DEZE WEBSITE EEN EERBETOON BRENGEN AAN DEZE ONVERGETELIJKE DICHTER, SCHRIJVER,ZANGER, JOURNALIST EN ZIJN ONAF- SCHEIDELIJKE
ECHTGENOTE, BEGELEIDSTER EN PRIVÉ - COMPONISTE
WOBBINA DE BLECOURT
het familiegraf (3-B-16) op de Algemene Begraafplaats aan de
Amersfoortsestraatweg in
Naarden
Zijn welgestelde ouders, vader was
arts en moeder kwam
uit een rijke familie van Twentse textielfabrikanten, waren
onthutst toen zij vernamen dat hun zoon werkzaam was
in een revue en niet had geschroomd in een
operette te
dansen. Dat was in de familie "not done". Hij had een talent
om over alles en iedereen te kunnen rijmen. Zowel de
uit-
gaande rekeningen van de fabriek van zijn
oom als een
handleiding bestemd voor het personeel van diezelfde fabriek
ontsnapten niet aan zijn rijmlust.
In 1914 huwde hij met Wobbina C.W.A. de Blécourt. Samen
traden zij op met een
liedjesprogramma met conferences
waarvoor Clinge de teksten en Wobbina de muziek schreef.
Wobbina begeleidde Clinge op de piano. In de Eerste Wereldoorlog traden zij op voor militairen. Later
brachten zij hun
amusement voor het voetlicht bij verenigingen en verzorgden
radio-uitzendingen. Slechts de dood van Wobbina in 1971
kon een einde aan hun gezamenlijke optredens maken.
Vaste medewerker van De Telegraaf werd Clinge Doorenbos
in 1921. Gedurende meer dan vijftig jaar verzorgde hij een dagelijks
gedichtje over een actuele gebeurtenis. Over zijn aanstelling gaat de anecdote dat hij niet veel belangstelling had
om bij De Telegraaf te komen werken. Men drong echter sterk
aan en gaf hem een perskaart voor een voetbalwedstrijd van
het Nederlands elftal. Schrijf maar een verslag. De dag na de
wedstrijd leverde hij een berijmd verslag in; men was enthousiast. Hij bekende echter de wedstrijd nooit gezien te hebben
maar drie berijmde verslagen te hebben gemaakt, één voor het
geval Holland zou winnen, één in geval van een gelijkspel en
één dat verslag deed van een verloren wedstrijd. Zijn rijmlust
ging zo ver dat hij o.a. interviews met bekende Nederlanders
zoals de clown Buziau, de dirigent Willem Mengelberg en
dezangeres Jo Vincent, in dichtvorm afleverde.
Clinge's activiteiten kenden geen grenzen. Samen met z'n
vrouw trok hij door het land met hun liedjesprogramma, hij
schreef operettes en kinderboeken, maakte liedjes
voor
bekende Nederlandse artiesten als Louis Davids, Fien de la
Mar en Jean-Louis Pisuisse, schreef gelegenheidsgedichten
en reclameteksten, maakte berijmde teksten onder foto's en
onder tekeningen van Jo Spier. Samen met tekenaar Louis
Raemaekers verzorgde hij een groot aantal jaren een dagelijkse kinderstrip waarvan de bekendste Flippie Flink was. Voor
Persil maakte Clinge Doorenbos de eerste Nederlandse, sprekende
reclamefilm en hij had daarnaast nog tijd voor radio-optredens en het
maken van grammo-foonplaten. Het is dan
ook niet vreemd dat hij rond 1920 jarenlang tot een van de vijf
"populairste Nederlanders" werd uitgeroepen. Zijn naam was
in heel Nederland bekend en gevestigd. In 1946 boekstaafde
hij zijn herinneringen aan de Tweede Wereldoorlog in Daar
wordt gebeld en in 1948 verscheen de autobiografie Zingend
door het leven. Tot zijn dood bleef hij bezig met het schrijven
van zijn rijmen.
Hij overleed op 11 mei 1978 aan ouderdomsverschijnselen in
het verzorgingstehuis De Schutse in Bussum. De crematie
vond op 16 mei 1978 plaats in crematorium Daelwijck in Utrecht
waarna op 23 juni 1978 zijn as in het familiegraf op
Algemene Begraafplaats aan de Amersfoortsestraatweg in
Naarden werd bijgezet
(PDB)
|
|
|